Artikelen | Economie

Wat betekent het Italiaanse financiële beleid voor Nederland?

27 september jl. bereikten de Italiaanse regeringspartijen MoVimento 5 Stelle en Lega Nord een akkoord over de begroting van volgend jaar. Het begrotingstekort komt uit op 2,4%; 1,6% boven het maximale tekort dat de vorige regering had afgesproken met de Europese Commissie. Deze heeft tevens aangegeven een tekort boven de 2% niet te accepteren. Er wordt o.a. een vlaktaks en een basisinkomen ingevoerd, waardoor de uitgaven hoog oplopen. Dit betekent dat Italië bij moet lenen, waardoor de overheidsschuld op kan lopen. Deze staat nu op 132% van het bbp. In Nederland is dat slechts 49%, waarmee wij ruim onder de formele 60% zitten die is afgesproken in het stabiliteits- en groeipact.

 

Vanuit Brussel werd met zorgen gereageerd op de plannen. Medio oktober zal de Europese Commissie zich verder over de zaak buigen en eind november zal een definitief oordeel naar buiten komen. Tevens gaven de financiële markten een negatief signaal; de koersen van Italiaanse banken daalden en de tienjaarsrente van het land steeg naar het hoogste punt in vier jaar tijd. 

Volgens econoom Maartje Wijffelaars betekent dit geen reden tot paniek, zeker niet voor ons. Sinds de crisis heeft Nederland veel minder Italiaanse staatsobligaties, terwijl Frankrijk nog veel staatspapieren van het land heeft. Nederland is hiermee kredietwaardig, wat inhoudt dat Nederland t.a.v. Italië stabiel is. Dat betekent ook dat een financiële crisis in het Zuid-Europese land niet hoeft te leiden tot een recessie hier. Volgens Wijffelaars kunnen we er zelfs voordeel uithalen: als de Italiaanse staatsrente verder stijgt, kan Nederland als veilig alternatief fungeren. Dat wil zeggen dat de rente hier kan dalen. Hierdoor stijgt de koers van obligaties. In Italië daalt deze.

De Italiaanse politicoloog Piero Ignazi verdedigde eerder tegen het Financieele Dagblad de hoge uitgaven van de Italiaanse overheid. Een basisinkomen geeft werklozen hun waardigheid terug, en stimuleert mensen tevens om een baan te zoeken. Dat zou het aantal criminele activiteiten en illegale werkzaamheden reduceren. De uitgaven zouden volgens Ignazi daarmee een impuls zijn voor economische verbetering. De regering gaat namelijk ook investeren in arbeidsbureaus, die nodig zijn om de mismatch op de arbeidsmarkt op te lossen. Volgens Ignazi kunnen bedrijfssectoren niet aan de vraag naar arbeid voldoen, ondanks dat er veel aanbod is.

Maartje Wijffelaars is het niet geheel eens met Ignazi. Zij benadrukt dat er weinig bekend is om te menen dat de hoge uitgaven kunnen terugvloeien. Wel denkt ze dat met de huidige kennis de uitgaven op korte termijn kunnen terugvloeien als de overheid als deze haar uitgaven beperkt.

Over De Werkplaats

Welkom bij de Werkplaats, een innovatief project door studenten journalistiek van de Hogeschool Windesheim te Zwolle

Wij kleuren niet binnen de lijntjes, volgen geen traditioneel journalistiekonderwijs, maar bouwen vanaf dag één aan onze eigen carrière.

Zoeken

© 2018 - 2019 | De Werkplaats

Hogeschool Windesheim ~ 8017 CA Zwolle ~ 085 - 002 0149 ~ info@uitdewerkplaats.nl ~ NL 72 BUNQ 20 31 82 01 33

Disclaimer

Search