Bron: Pexels

 Martin Jans over vrijheid: “Doe het maar gewoon”

Het is een plek waar normaalgesproken studenten samenkomen om antwoord te krijgen op hun (levens)vragen. In dit kantoor in H0.04, een klein kamertje met twee rode stoelen, een bureau en een groot rad, spreken we met studentenpastoor Martin Jans over wat vrijheid voor hem betekent.   

“Ja, ik ben Martijn Jans, studentenpastor in Zwolle, onder andere verbonden aan Windesheim. Maar als je me vraagt om me voor te stellen, denk ik meteen aan alles wat bij mijn leven hoort. Ik houd me bezig met zingeving en levensvragen. Bezieling is daarin een kernwoord. Dat kan in een-op-een gesprekken, maar ook in groepen, gespreksavonden, kloosterweekenden of themabijeenkomsten.”


Laatst zei iemand: ‘Niemand weet wat een ziel precies is, maar iedereen weet het als je erop trapt.’ Dat vind ik zo raak. Het gaat over de dingen die ertoe doen, die je in beweging zetten. Dat is de ziel. Daar zit leven.”

Waarom bent u dit werk gaan doen?
“Dit werk is me ergens overkomen, en tegelijk kies ik er elke dag bewust voor. Veel studenten hebben weinig plekken of mensen om bij grote levensvragen bij stil te staan. Soms gebeurt er iets moois, of juist iets moeilijks – dan is het waardevol om daar tijd aan te geven. Dan ben ik beschikbaar. Zoals een geestelijk verzorger in een ziekenhuis dat ook is.”

Martin Jans noemt zijn werk een ‘vrije plek’, iets wat hij ook letterlijk zo bedoeld.
“Dit is geen onderdeel van het onderwijs. Je hoeft hier niet te presteren. En dat is al een vorm van vrijheid. Studenten weten soms niet dat dit bestaat, en dat is misschien ook wel logisch: je merkt pas dat je het nodig hebt, op het moment dat je het nodig hebt.”

Wat betekent vrijheid voor u persoonlijk?
“Rond 5 mei denk ik daar natuurlijk extra over na. Vrijheid is voor mij persoonlijk het evenwicht tussen alles wat er in mij omgaat. Als ik merk dat ik te jaloers word, of te boos, dan is dat geen vrijheid meer. Emoties mogen er zijn, maar ze mogen niet de baas zijn. Vrijheid is voor mij bezig zijn met die balans. Stilte helpt daarbij. Of kloosterweekenden, waarin ik zelf ook zoek naar ruimte en herbronning. Je confronteert je dan weer met je eigen onrust. En dat is heel verhelderend.”

Hoe behoud je die vrijheid in jezelf?
“Zeilen. Echt, zeilen is voor mij hét beeld van vrijheid. Je hebt te maken met wind en water – de elementen zijn er, die kun je niet sturen. Maar jij zoekt daarbinnen je eigen koers. Daar zit voor mij veel wijsheid in: vrijheid is niet doen wat je wilt, maar je weg vinden binnen wat er is.”

Wat leert uw geloof u over vrijheid?
“Dat het een geschenk is. Niet alles is maakbaar. Dat besef kan juist bevrijdend zijn. Het haalt de druk weg dat je alles zelf moet oplossen of creëren. Geloof laat me ervaren dat ik onderdeel ben van iets groters. En dat geeft ontspanning. Ook het zondebokmechanisme, waarin één wordt opgeofferd voor het geheel, zie je in onze maatschappij – dat inzicht vind ik ook in de christelijke traditie. Geloof helpt me beseffen: ik ben niet de enige, en het draait niet alleen om mij.”

Voelt u dat u op het juiste pad bent om de mens te worden die u wilt worden?

“Echt wel, ja. Dat heeft te maken met privé, persoonlijk thuis. Maar ook mijn werk, wie ik ben, en wat ik doe, zijn sterk met elkaar verbonden. Ik heb daar veel ruimte gevonden om mezelf te ontwikkelen, vooral omdat ik me daar bewust van was en ik mijn eigen identiteit daarin kon plaatsen.”

Is vrijheid voor u een middel om te worden wie je werkelijk bent?

“Vrijheid is voor mij niet het hoogste doel; ik zou zelf zeggen dat misschien menswording mijn doel is. En vrijheid dient de menswording. Menswording is dat je word zoals je bedoeld bent als mens. Dat je je mogelijkheden kunt ontplooien. Dat kun je ook vrijheid noemen. Maar dat begrenst de ongebreidelde vrijheid. En ik denk dat we altijd met grenzen te maken hebben. Vrijheid is op zich niet altijd een duidelijk begrip; de waarde ervan is niet altijd direct zichtbaar.”

Vindt u dat we in Nederland genoeg vrijheid hebben?

“Ik vind niet dat we te veel of te weinig vrijheid hebben. Er zijn wel wetten en regels die bepalen wat je niet mag doen, maar ik denk dat we voldoende waarborgen moeten hebben voor onze democratische en juridische vrijheden, zodat er niet te veel invloed is van de politiek. Niet alle vrijheid is in regels te vatten; elke functie heeft vaak speelruimte, en daar moet verantwoord mee worden omgegaan. Hoe mensen hiermee omgaan, hangt vaak van de persoon zelf af. Ik heb nooit echt het gevoel gehad dat Nederland te veel vrijheid heeft, maar het is ook lastig om te zeggen.”

Heeft u het gevoel dat mensen vergeten dat de vrijheid niet vanzelsprekennd is?

“Ja, ik denk dat vooral mijn generatie, de ‘patatgeneratie’, en de generaties erna dat vergeten zijn. De generatie die nu 90 is en de oorlog heeft meegemaakt weet dat wel goed. Maar door individualisering en afnemend lidmaatschap van bijvoorbeeld politieke partijen, vergeet men vaak hoe belangrijk betrokkenheid en loyaliteit zijn voor het behouden van vrijheid en democratie. ‘Individualisering’ heeft voor veel mensen de ruimte gecreëerd om zichzelf te ontplooien, maar heeft ook geleid tot een gebrek aan kaders en wortels, waardoor mensen makkelijker mee kunnen waaien met algoritmes en economische krachten. Dit brengt eenzaamheid en verlies van verbinding met zich mee, wat een prijs is van de vrijheid die we hebben.”

Hoe zou u willen dat mensen terug kijken op u?

“Ik geloof niet dat ik over 500 jaar nog herinnerd word. Dat vind ik ook geen ernstige gedachte moet ik zeggen. Er zijn mensen die graag een Nobelprijs willen voor de vrede, zoals Trump. Het is verdrietig genoeg dat je bijna tachtig bent en dan zo jezelf moet verheffen. Dat is onvrij. Dus laat ik zeggen dat ik niet hoop dat ik op mijn tachtigste dan zo mezelf moet verheffen. Dat is één van de vreugdes van het ouder worden. Ik hoor wel van meer mensen, van achttien tot veertig of iets dergelijks, dat voor een deel van de mensen, dus niet voor Trump, het een soort bevrijding is om te weten dat niet alles meer kan. Een soort zelfacceptatie, denk ik, ook bevrijdend. Dat je je eigen beperkingen kent. En dat niet alles meer hoeft.

U heeft No Phone bedacht. Wat is het idee daarachter?
“De No Phone is een apparaatje dat niks kan. Het voelt als een telefoon in je broekzak, maar je kunt er niks mee. Studenten ruilen hun echte telefoon bij mij in voor twee dagen. Die wordt veilig opgeborgen in een kluis. En daarna is mijn enige vraag: ‘Wat heeft dit met je gedaan?’ Het is een experiment, en voor veel studenten is het confronterender en intenser dan ze hadden verwacht. Het laat je weer even écht leven. Aandachtig.”

Heeft dat ook met vrijheid te maken?
“Zeker. Want vrijheid is ook loskomen van wat anderen van je vinden. Ik zie bij studenten veel onzekerheid, vaak gevoed door sociale druk of online verwachtingen. Vrijheid is voor mij een groeiend basisvertrouwen, zonder dat dat arrogant hoeft te zijn. Wie voldoende zelfvertrouwen heeft, kan loskomen van de mening van anderen. En dat gun ik studenten ook.”

Tot slot, wat zou u je vroegere zelf willen meegeven?
“Misschien dit: kijk even rustig om je heen. Vroeger was ik veel voorzichtiger, liet weinig van mezelf zien. Nu zou ik zeggen: ach… doe het maar gewoon. Doe het maar gewoon.”

Luuk van Gent

Ik ben Luuk van Gent en ben een gedreven journalist in opleiding. Mijn interesses liggen op allerlei gebieden, politiek, sport, cultuur & media en buitenland. Zelf ben ik heel fanatiek en hoor ik niet graag een nee.

Geef een reactie

Your email address will not be published.