“Ik had hulp moeten zoeken.” Het zijn de laatste woorden van Erik de H. in de zaak tegen hem over de verdenking van ontucht bij zijn 8-jarige dochter. De 61-jarige wordt verdacht van ontucht en bezit van kinderporno, kinderporno waar zijn dochter zichtbaar in is.
Een constatering van een pedofiele stoornis, aanpassingsstoornis en een interesse in prepuberale meisjes zijn gedaan bij de H. Er hangt een grote stilte in de zaal van de eerste zitting van een meervoudige kamer wanneer er gevraagd wordt waar de interesse van prepuberale meisjes vandaan komt. “Ik kan niet ontkennen dat ik meisjes van die leeftijd mooi vind, maar mooi hoe je mensen mooi kunt vinden. Niet prikkelend”, reageert hij.
“Is er een fascinatie van kinderporno voor je?”, vraagt de rechter.
“Nee, geen fascinatie voor kinderporno, maar gewoon voor extreme porno, zoals kinderporno”, antwoord de H.
81 foto’s en 1 video zijn er gevonden waar de dochter van de H. zichtbaar in beeld was. Eén foto springt eruit, een foto van een hand in de pamper die zijn dochter draagt. De rechter vraagt de H. of de hand in de foto van hem is. Er hangt een grote stilte in de zaal. “Dat weet ik niet”, luidt het antwoord.
De foto’s en video’s, overige grove kinderporno, werd gevonden in een opgeborgen houten kistje in een schuur. De H. zegt dat hij het daar op een USB-stick bewaarde omdat het onwenselijk is om te bezitten. De antwoorden van de H. zijn een emulsie van “dat weet ik niet” en lange stiltes. Zijn antwoord op de vraag of hij de video van zijn dochter heeft gemaakt is: “Nee, ik weet niet wie die video heeft gemaakt.”
“Hoe ben je aan de kinderporno gekomen?”, vraagt de rechter.
“Dat heb ik ooit gekregen, ik ken de naam niet”, reageert de H.
Uit de gesprekken met deskundigen is gebleken dat de H. beperkte empathie heeft en moeite heeft met het vormen van banden. De rechter vraagt waarom hij niet hulp heeft gezocht, waarom hij niet met iemand erover heeft gepraat. Er valt nog een lange stilte. “Dat weet ik niet”, zegt de H.
Op een van de foto’s op de USB-stick is te zien dat de dochter betast wordt met het geslachtsdeel. De H. heeft daar geen verklaring voor. Ook weet hij de exacte omstandigheden niet. “Waarom vertel je niet gewoon wat er gebeurt is?”, vraagt de rechter. “Als iemand anders dit zou doen met een dochter, zou je dat normaal vinden?” De H. reageert met een directe “nee” De H. zit nu 209 dagen vast en in die tijd is er nog steeds gezinscontact geweest. De officier van justitie eist 3,5 jaar celstraf, waarvan 1 jaar voorwaardelijk. Ook wordt er geëist dat hij onder toezicht, na de het uitzitten, moet wonen. De H. laat in zijn laatste woorden in de rechtszaak weten dat hij hulp had moeten zoeken en dat hij een fout begaan is.